Waarderingskaarten AUP gebieden
In 2010 voltooide Bureau Monumenten & Archeologie (BMA) de waarderingskaarten voor de AUP gebieden. Dit zijn de woonwijken die tot stand kwamen op basis van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1935. Daartoe behoren de wijken Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomseveld, Osdorp, Buitenveldert, Tuindorp Frankendaal, Amsteldorp, Fizeaubuurt, Tuinstad Middenmeer, Banne Buiksloot, Nieuwendam Noord, Plan van Gool en de Molenwijk.
De waarderingskaarten voor de AUP gebieden zijn de laatste in een serie die startte met de waarderingskaarten voor de binnenstad, de 19de-eeuwse Ring en de Gordel ’20-’40.

Deze kaarten worden al lange tijd door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gebruikt bij de welstandsbeoordeling. Met de afronding van de Waarderingskaarten AUP gebieden is bijna de hele stad zoals die tussen de late middeleeuwen en 1970 werd vormgegeven, gewaardeerd.
Als de stadsdelen de Waarderingskaarten AUP gebieden hebben vastgesteld kunnen de waarderingskaarten en de daarbij behorende criteria worden opgenomen in de gedigitaliseerde welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam Digitaal.
De AUP gebieden
De bijzondere kwaliteit van de naoorlogse wijken uit de periode 1945-1970 ligt vooral in de grote samenhang tussen de architectuur, de infrastructuur en de openbare ruimte. Het water en groen spelen hierbij een belangrijke verbindende rol speelt. Het ontwerp van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1935 is van Cornelis van Eesteren, destijds hoofd ontwerper bij de afdeling Stadsontwikkeling. Anders dan in de wijken in de 19de-eeuwse Ring en de periode 1920-1940 (denk aan De Pijp of de Rivierenbuurt), zocht Van Eesteren niet naar gesloten ruimtes met behulp van het ontwerp van straat- en pleinwanden. De architectuur van de grote woningbouwblokken bepaalt in deze wijken de vorm van de ruimtes; bomen en plantsoenen dienen als stoffering.

Gesloten stedenbouw van de gordel ’20-’40

De open stedenbouw van de naoorlogse wijken
In de open, organische stedenbouw wilde Van Eesteren de woningen zoveel mogelijk op de zon plaatsen. Hij groepeerde ze zodanig dat er een sterke wisselwerking zou ontstaan tussen het wonen en inrichting van de openbare ruimte eromheen, waarbij het groen een belangrijke rol speelde. De infrastructuur kent een sterk hiërarchische opzet met grote stadslanen als verbinding tussen de oude stad en de nieuwe wijken, buurtstraten die de buurten toegankelijk maken en woonstraten waarlangs de woningen staan. In de meeste geslaagde delen van de AUP gebieden zie je dat er een goede overgang tussen het privégroen van de tuinen en het semiopenbare groen van de hoven die weer op een mooi manier zijn verbonden aan de publieke ruimte van de groenstroken, plantsoenen en parken.


Groen in de Lodewijk van Deysselbuurt
Methode van waarderen
De bijzondere kenmerken van de naoorlogse stedenbouw uit de periode 1945-1970 is terug te vinden in de waardering van de bebouwing in de AUP gebieden. Hoe hoog de cultuurhistorische waarde van een woningbouwcomplex of gebouw is, hangt af van de volgende 4 criteria:
- De typologie of plattegrond (denk bij woningen aan galerijwoning, villa, duplexwoning, ouderencomplex enz.)
- De architectonische vormgeving
- De groepering van de objecten in een verkaveling
- De bijdrage van de objecten aan de inrichting de openbare ruimte als geheel
Aan elk criterium kon 1 tot 5 punten gegeven worden. Bij de optelling van de punten bepaalde de eindscore de hoogte van de waardering. Meer informatie over de waarderingsmethodiek.
18-20 punten: Orde 1: Monumenten of monumentwaardige bebouwing (paars op de kaart)
15-17 punten: Orde 2: Hoge waarde (rood)
11-14 punten: Orde 3: Middel hoge waarde (oranje)
0-10 punten: Basisorde - Lage waarde (geel)
Een voorbeeld van een welstandskaart waarop de verschillende ordewaarderingen staan aangeven is die van Slotermeer. De wit gekleurde bebouwing is niet gewaardeerd omdat hiervoor al sloopplannen zijn vastgesteld (als peildatum geldt december 2009).

Ordekaart AUP Nieuw-West Geuzenveld-Slotermeer
Bij renovatie en vernieuwing van woningen en andersoortige bebouwing zijn de zogenoemde ordewaarderingen voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een handvat bij de beoordeling. De hoogte van de waardering bepaalt de wijze waarop de renovatie plaats mag vinden. Hoe hoger de ordewaardering, hoe sterker de bestaande architectonische kwaliteiten gerespecteerd moeten worden.
Uit de waarderingen van de bebouwing valt op te maken dat deze hoog kan scoren op basis van architectonische overwegingen (A+B) of stedenbouwkundige overwegingen (C+D). Scoort de bebouwing op alle 4 aspecten hoog dan is deze monumentwaardig. Om een beter inzicht te krijgen in welke criteria nu bepalend waren voor de hoogte van een waardering, zijn voor elk van de 4 criteria een aparte kaart gemaakt. Hieronder is een voorbeeld te zien van waardetoekenningen aan een deel van Amsterdam Noord.

Woningbouw op de hoek van de Alkmaar- en Beemsterstraat

A. Waardering bouwtypologie

B. Waardering architectuur

C. Waardering verkaveling

D. Relatie met het tuinstedelijke ensemble

Waarderingskaart Noord (uitsnede)
Voor meer informatie over de Waarderingskaarten AUP gebieden kunt u contact opnemen met Jouke van der Werf, J.VanDerWerf@amsterdam.nl